Terug naar overzicht
16-09-2021

Gelijkwaardigheidsverklaring vloerisolatie – Het laaghangend fruit

Gelijkwaardigheidsverklaring vloerisolatie – Het laaghangend fruit

Er zijn soms zaken waarbij je het geld bijna letterlijk van de grond kunt oprapen. In het tijdperk van duurzaam/ecologisch verantwoord ontwerpen en uitvoeren zijn we er inmiddels aan gewend geraakt dat dit naast winst in de toekomst, vooral extra kosten met zich meebrengt bij het investeren.

Toch zijn er ook zaken die, als je deze met het nodige gezonde verstand behandelt, voordelen opleveren voor het milieu en tegelijkertijd een lagere investering met zich meebrengt. Wie wil dit nu niet?

Volgens het bouwbesluit mag je voor vrijwel alle onderdelen waarvoor eisen zijn geformuleerd een afwijkende oplossing kiezen mits op gefundeerde wijze kan worden aangetoond dat minimaal aan de gestelde eis wordt voldaan.

Zo kan met het toepassen van gelijkwaardige oplossingen hetzelfde resultaat worden bereikt maar vraagt dit om een afwijkende bouw- of installatiemethode.
Een goed voorbeeld in dit verband is het toepassen van gelijkwaardigheid ingeval van vloerisolatie bij grotere (bedrijfs-) gebouwen waarbij de vloer rechtstreeks op de bodem wordt gelegd. Wij maken regelmatig gelijkwaardigheidsberekeningen voor deze situaties waarmee in veel gevallen veel minder isolatie kan worden toegepast. Soms wel tot nog maar ca. 10%!

Hoe werkt het aantonen van gelijkwaardigheid bij vloerisolatie?

Om de gelijkwaardigheid van een vloerconstructie met onderliggende (aangrenzende) ondergrond (tot het grondwaterniveau) te kunnen aantonen, is van belang de grondsamenstelling zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen. Dit omdat bij de gelijkwaardigheid de isolerende werking van de ondergelegen grond wordt meegerekend.

Hiervoor maken wij gebruik onderzoeksresultaten van het geotechnisch onderzoek (verstrekt door de opdrachtgever), alsmede de grondsamenstellingskaart van de locatie (indien beschikbaar).

De gelijkwaardigheid kan vervolgens worden aangetoond met 2 door ons te maken warmteverliesberekeningen, te weten:

  1. Warmteverliesberekening van een fictieve situatie met een isolatiewaarde van de vloer overeenkomstig het bouwbesluit (RC > 3,7 m2K/W)
  2. Warmteverliesberekening van de werkelijke situatie waarbij slechts een gedeelte wordt geïsoleerd en de aangrenzende grondsamenstelling in rekening wordt gebracht

 

De gelijkwaardigheid is aangetoond indien het resultaat van de warmteverliesberekening conform ISSO 53/57 voor situatie 2 kleiner of gelijk is ten opzichte van situatie 1.

 

Voor welke gebouwen?

Omdat er aan de rand van een gebouw de warmte gemakkelijk horizontaal kan wegstromen hanteren wij een minimale isolatiestrook van 5 meter vanuit de gevel. De horizontale afstand van het niet geïsoleerde vloergedeelte tot de gevellijn is dan voldoende groot om een minimaal gelijkwaardige isolatiewaarde te behalen van RC = 3,7 m2K/W (gebaseerd op een droog zandpakket direct onder de vloer met een lambda-waarde van λ=1,3 W/mK, RC=5/1,3=3,85 m2K/W).

Vanwege deze isolatiestrook aan de rand van het gebouw is gelijkwaardigheid vooral interessant bij relatief grote gebouwen. Ook speelt de gebouwvorm een belangrijke rol. Een gebouw van bijvoorbeeld 12x52 meter is veel minder interessant dan een vierkant gebouw van 25x25 meter. In het eerste geval kan er maximaal 2 (12-/-10) x 42(52-/-10)= 84 m2 aan isolatie worden bespaard (=13%) en in het 2e geval 15(25-/-10)x15(25-/-10)= 225 m2 aan isolatie worden bespaard (=36%)

Geïnteresseerd wat er mogelijk is in uw nieuwbouwsituatie? Neem contact met ons op.

Reacties

Op dit moment zijn er nog geen reacties.

Reageer ook